<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
   xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
   xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
   xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
>


<channel>
        <description>AgroPortaal.nu</description>

        <link>http://www.hdwebsolutions.nl/agroattent/agroattent.xml</link>
        <title>AgroPortaal.nu</title>
        <pubDate>Wed, 21 Apr 2010 01:00:00 +0200</pubDate>
<br />
<item>
<guid isPermaLink="false"><![CDATA[https://nbceelman.nl/agrarisch-nieuws?command=viewitem&newsid=13386]]></guid>
<title>Nieuwe dierenwelzijnsplannen zijn merkbaar op het boerenerf</title>
<link><![CDATA[https://nbceelman.nl/agrarisch-nieuws?command=viewitem&newsid=13386]]></link>
<pubDate>Wed, 22 Apr 2026 11:27:34 +0000</pubDate>
<category>Agrarisch nieuws</category>
<description>Diertransporten bij temperatuur boven 30 graden alleen onder voorwaarden mogelijk, invoering elektra- en brandveiligheidskeuring voor stallen</description>
<content:encoded><![CDATA[<p>De staatssecretaris van LVVN heeft een pakket maatregelen gepresenteerd dat de komende jaren direct invloed heeft op het dagelijkse werk en de investeringen op het boerenerf. Hiermee reageert hij op de maatschappelijke roep om beter dierenwelzijn.<br />
<br />
<u>Maatregelen</u><br />
De meest ingrijpende maatregel is de 30-gradengrens voor diertransporten, die ingaat op 1 april 2027. Zodra de temperatuur lokaal boven de 30 graden komt, mag er niet meer getransporteerd worden, tenzij in geconditioneerde wagens. De staatssecretaris adviseert boeren om hun fokplanning hierop aan te passen, zodat er in de zomermaanden meer ruimte in de stal is als dieren onverhoopt niet afgevoerd kunnen worden.<br />
<br />
Daarnaast krijgen veehouders te maken met verplichte keuringen voor hun stallen. Er komt een verplichte elektrakeuring (inclusief zonnepanelen) en een brandveiligheidskeuring gericht op management. Het doel is om het aantal stalbranden, waarvan elektra vaak de oorzaak is, drastisch te verminderen.<br />
<br />
<u>Scherper toezicht en boetes</u><br />
De overheid voert voor het NVWA-toezicht op dierenwelzijn het principe &quot;high trust, high penalty&quot; in. Dit betekent concreet dat ondernemers die hun verantwoordelijkheid nemen en de regels netjes naleven, worden beloond met minder toezicht. Daartegenover staat dat meervoudige overtreders zwaarder worden aangepakt met hogere, vaker omzetgerelateerde boetes en het mogelijk schorsen of intrekken van vergunningen. Een direct praktijkvoorbeeld is de exportcertificering: doen veehouders de voorselectie van dieren niet goed en moet de NVWA te veel dieren afkeuren, dan betalen ze vanaf 6 juli 2026 zelf de kosten voor de inzet van een verplichte tweede toezichthouder.<br />
<br />
<u>Oorsprong van het beleid</u><br />
De reden voor deze plannen ligt volgens de overheid vooral in de groeiende maatschappelijke druk om dierenwelzijn te verbeteren. Tegelijkertijd wordt er ook gewezen op kansen: producten die met meer aandacht voor dierenwelzijn zijn geproduceerd, kunnen mogelijk meer opleveren als de markt daarvoor betaalt.<br />
<br />
Hoewel veel plannen nog niet definitief zijn, is de kans groot dat een groot deel hiervan doorgaat. De voorstellen sluiten aan bij eerdere politieke afspraken en wensen vanuit de Tweede Kamer. De komende maanden wordt duidelijk hoe de regels er precies uit gaan zien.<br />
<br />
<u>Advies</u><br />
Het is raadzaam om bij toekomstige plannen nu al rekening te houden met strengere welzijns- en brandveiligheidseisen om dubbele investeringen te voorkomen.</p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<guid isPermaLink="false"><![CDATA[https://nbceelman.nl/agrarisch-nieuws?command=viewitem&newsid=13385]]></guid>
<title>Openstelling Subsidieregeling extensivering melkveehouderij op 1 juni</title>
<link><![CDATA[https://nbceelman.nl/agrarisch-nieuws?command=viewitem&newsid=13385]]></link>
<pubDate>Tue, 21 Apr 2026 21:31:53 +0000</pubDate>
<category>Agrarisch nieuws</category>
<description>Het doel van de regeling is het structureel verminderen van ammoniak- en broeikasgasemissies in de melkveehouderij.</description>
<content:encoded><![CDATA[<p>De Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) wordt van 1 juni tot en met 29 juli 2026 opengesteld. Het doel van de Sem is het structureel verminderen van ammoniak- en broeikasgasemissies in de melkveehouderij. De Sem is gericht op het tijdelijk houden van minder melkkoeien op het niveau van het individuele melkveebedrijf. De Sem leidt daarnaast tot een blijvende afname van het aantal fosfaatrechten op nationaal niveau en daardoor tot een permanente vermindering van het aantal melk- en kalfkoeien in Nederland. Een belangrijk neveneffect is dat de mestproductie afneemt, waardoor naar verwachting de druk op de mestmarkt zal afnemen. Ook kan de Sem de omschakeling naar een extensievere bedrijfsvoering stimuleren. Verder moet de Sem bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw en aan de kabinetsdoelen op het gebied van stikstof en klimaat.<br />
<br />
<u>Budget en rangschikking aanvragen</u><br />
Er is een budget beschikbaar van &euro; 627 miljoen. De aanvragen zullen op volgorde van binnenkomst worden beoordeeld.<br />
<br />
<u>Hoofdlijnen</u><br />
Melkveehouders kunnen deelnemen aan de Sem als zij in 2025 bedrijfsmatig melkkoeien hebben gehouden. Deelnemende melkveehouders moeten tussen de 10 en 20 procent minder melkkoeien gaan houden ten opzichte van het gemiddeld aantal melkkoeien dat in 2025 op het bedrijf werd gehouden. Daarnaast mag het areaal grasland gedurende de looptijd van de subsidie niet afnemen en mag het aantal overige graasdieren (zoals jongvee, schapen, geiten, paarden, etc.) dat op het bedrijf aanwezig is, niet toenemen. Deze verplichtingen gelden voor drie jaar vanaf het moment dat deelnemers melding hebben gedaan van het (permanent) laten vervallen van het deel van het fosfaatrecht dat overeenkomt met het aantal verminderde melkkoeien.<br />
<br />
<u>Effect regeling</u><br />
De verwachting is dat met het beschikbare budget het aantal melkkoeien met maximaal 64.000 kan afnemen. Dit betreft ongeveer 4% van het aantal melkkoeien in Nederland. Dit leidt tot een verwachte afname van de ammoniakemissie met 0,5 kiloton en van de broeikasgasemissie met 0,3 megaton CO2-equivalenten. Daarnaast neemt de fosfaatproductie naar verwachting met maximaal drie miljoen kilogram af. Deze afnames worden op korte termijn behaald, aangezien deelnemende melkveehouders binnen vier weken na ontvangst van de subsidieverlening het fosfaatrecht door moeten laten halen (de dieren zijn dan ook niet meer op het bedrijf).<br />
<br />
Na afloop van de driejarige extensiveringsperiode kunnen deelnemende melkveehouders ervoor kiezen terug te gaan naar het oorspronkelijke aantal melkkoeien, maar alleen met nieuw aangekochte of geleasede fosfaatrechten.<br />
<br />
<u>Gevolgen voor natuurvergunning</u><br />
Bij een extensivering met minimaal 10% en maximaal 20% van het aantal melk- en kalfkoeien wijzigt de bedrijfsvoering niet structureel, ervan uitgaande dat de opzet van het bedrijf gelijk blijft (dezelfde stalomvang, gelijke melkstalcapaciteit, etc.). Op basis van de huidige regelgeving en jurisprudentie is er in dat geval geen sprake van wijziging van een project en blijft de deelnemer binnen de bestaande natuurtoestemming opereren.<br />
<br />
<u>Generieke korting</u><br />
Gelet op de bepalingen in de Meststoffenwet is het juridisch gezien niet mogelijk om deelnemende bedrijven uit te zonderen van een generieke korting op de fosfaatrechten), anders dan grondgebonden bedrijven die hiervan al zijn uitgezonderd.<br />
<br />
<u>Hoogte subsidie</u><br />
De subsidie wordt in jaarlijkse voorschotten uitbetaald gedurende de driejarige looptijd van de regeling en bestaat uit twee componenten. De eerste component bestaat uit een bijdrage van &euro;&nbsp;1.606 per verminderde melkkoe voor het inkomensverlies als gevolg van het verminderen van de melkopbrengsten door het houden van minder melkkoeien.<br />
<br />
De tweede component bestaat uit een bijdrage voor de gemiste inkomsten door het niet kunnen verkopen van het doorgehaalde fosfaatrecht. Dit fosfaatrecht kan niet worden verkocht, omdat het moet worden doorgehaald en komt te vervallen. De vergoeding voor het fosfaatrecht is vastgesteld op &euro; 110 (gemiddelde verkoopprijs 2023-2025). De hoeveelheid fosfaatrecht die moet worden doorgehaald, is afhankelijk van de gemiddelde melkproductie per koe op het melkveebedrijf in 2025. De totale vergoeding voor de doorgehaalde fosfaatrechten wordt in drie gelijke jaarlijkse bedragen betaald.<br />
<br />
<u>Opmerking redactie</u><br />
Het is belangrijk te bedenken dat er relatief meer fosfaatrechten benodigd zullen zijn voor de resterende melkveestapel. Bij de inkrimping zullen immers de minder productieve melkkoeien afgevoerd worden, waardoor de gemiddelde melkproductie per koe zal toenemen. Dit zal gecompenseerd moeten worden door de aankoop of lease van fosfaatrechten.<br />
<br />
&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<guid isPermaLink="false"><![CDATA[https://nbceelman.nl/agrarisch-nieuws?command=viewitem&newsid=13381]]></guid>
<title>Overschrijding fosfaatplafond in 2025 en komende jaren</title>
<link><![CDATA[https://nbceelman.nl/agrarisch-nieuws?command=viewitem&newsid=13381]]></link>
<pubDate>Wed, 15 Apr 2026 00:00:00 +0000</pubDate>
<category>Agrarisch nieuws</category>
<description>Fosfaatplafond 2025 wordt naar verwachting met 5,7 miljoen kg fosfaat overschreden, stikstof-productie lager dan stikstofplafond</description>
<content:encoded><![CDATA[<p>Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verwacht op basis van de gegevens van het vierde kwartaal van 2025 dat het fosfaatplafond van 135 miljoen kg fosfaat in 2025 met 5,7 miljoen kg (4,2%) wordt overschreden. De stikstofproductie ligt met 432,9 miljoen kg 1,6% lager dan het plafond van 440,0 miljoen kg.<br />
<br />
Het sectorale plafond in de melkveesector wordt met 3,2 miljoen kg fosfaat (4,4 %) overschreden, in de varkenssector met 1,9 miljoen kg fosfaat (6,8%) en de sector &lsquo;overig&rdquo; met 1,2 miljoen kg fosfaat (8,0%). Alleen in de pluimveesector wordt het sectorplafond onderschreden, namelijk met 0,5 miljoen kg fosfaat (-/- 2,5%).<br />
<br />
Effect be&euml;indigingsregelingen<br />
Er is ook gekeken naar het effect van de landelijke be&euml;indigingsregelingen Lbv en Lbv-plus. Het effect hiervan zal voornamelijk pas na 2025 tot uiting komen in de mestproductie. De verwachting is dat uiteindelijk 90% van de aangemelde bedrijven daadwerkelijk tot be&euml;indiging overgaat. Daarmee zou op termijn het nationaal fosfaatproductieplafond met 2,2% (3 miljoen kg) worden overschreden, terwijl het nationaal stikstofplafond met 3,5% (-/- 15,2 miljoen kg) onderschreden wordt. De overschrijding van het fosfaatplafond is geheel toe te rekenen aan de melkveesector.<br />
<br />
&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<guid isPermaLink="false"><![CDATA[https://nbceelman.nl/agrarisch-nieuws?command=viewitem&newsid=13380]]></guid>
<title>Inkuilen op open grond niet meer toegestaan</title>
<link><![CDATA[https://nbceelman.nl/agrarisch-nieuws?command=viewitem&newsid=13380]]></link>
<pubDate>Tue, 14 Apr 2026 08:53:09 +0000</pubDate>
<category>Agrarisch nieuws</category>
<description>Kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen moeten worden opgeslagen op een elementenbodemvoorziening</description>
<content:encoded><![CDATA[<p>Met de invoering van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn er strengere eisen gaan gelden voor de opslag van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen. De opslag hiervan moet plaatsvinden op een&nbsp;elementenbodemvoorziening. Dit voorkomt dat vloeistoffen uit deze producten in de bodem kunnen komen. Inkuilen op open grond is dus niet meer toegestaan.<br />
<br />
Voor veevoederbalen die in plastic folie zijn verpakt, is geen elementenbodemvoorziening nodig. Dit omdat hier normaal gesproken geen vloeistoffen uit komen.<br />
<br />
<u>Elementenbodemvoorziening</u><br />
Een elementenbodemvoorziening is een bodembeschermende voorziening die een stof tijdelijk kan keren en waarvan onderbrekingen of naden niet zijn gedicht. Een elementenbodemvoorziening mag niet zijn aangesloten op een vuilwaterriool.<br />
<br />
<u>Opvangen vloeistoffen</u><br />
Vloeistoffen die vrijkomen uit de opslag moeten worden opgevangen. Daarna kan het worden uitgereden over land. Dit kan door een directe afvoer van de vloeistoffen naar een mestkelder of met een opvangvoorziening. Een verdiepte of aflopende opslag is ook toegestaan. Als hiermee maar voldoende vloeistof kan worden opvangen.<br />
<br />
<u>Scheiden schoon en vervuild afvalwater</u><br />
Regenwater afkomstig van de bodembeschermende voorziening voor de opslag van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen dat schoon is, mag worden geloosd op de bodem of oppervlaktewater. Het is niet nodig om dit water op te vangen of apart te houden van het vervuilde water. Het moet dan wel zeker zijn dat dit water niet is vervuild met vloeistoffen uit de opslag.<br />
<br />
<u>Overgangstermijn</u><br />
Voor bestaande opslagen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2027.<br />
<br />
<u>Vergunning of melding</u><br />
Bij een vergunningsplichtige veehouderij vallen de opslagen onder de vergunning van het bedrijf. Voor de aanleg van een nieuwe opslag of aanpassing van een bestaande opslag zal meestal een vergunning nodig zijn. Bedrijven die meldingsplichtig zijn, kunnen meestal volstaan met een melding voor het opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen.<br />
<br />
&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<guid isPermaLink="false"><![CDATA[https://nbceelman.nl/agrarisch-nieuws?command=viewitem&newsid=13376]]></guid>
<title>Eco-activiteit groene braak: waar moet je aan voldoen?</title>
<link><![CDATA[https://nbceelman.nl/agrarisch-nieuws?command=viewitem&newsid=13376]]></link>
<pubDate>Wed, 08 Apr 2026 10:43:20 +0000</pubDate>
<category>Agrarisch nieuws</category>
<description>Aaneengesloten periode van 9 maanden braak mag ook deels ingevuld worden door vanggewas van voorgaande jaar gevolgd door inzaai aangewezen gewas groene braak</description>
<content:encoded><![CDATA[<p>Een perceel met de eco-activiteit &lsquo;groene braak&rsquo; moet minimaal 9 maanden in het betreffende jaar uit productie zijn genomen. In de regeling is de voorwaarde opgenomen dat in de periode 31 mei tot en met 31 augustus het perceel minimaal voor 80% zichtbaar bedekt moet zijn met een toegestaan gewas.<br />
<br />
Daarnaast staat in de Uitvoeringsregeling GLB 2023 het volgende: &ldquo;De landbouwer teelt voor een periode van minimaal 9 aaneengesloten maanden in het aanvraagjaar een gewas uit de gewassenlijst &lsquo;groene braak&rsquo; als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt op het bouwland. Eerdere antwoorden van RVO (via overleg en het loket) gaven echter aan dat dit geen verplichting is.<br />
<br />
Daarom is RVO gevraagd een nadere toelichting te geven op de voorwaarden voor toepassing van &lsquo;groene braak&rsquo;.<br />
<br />
<u>Nadere toelichting RVO</u><br />
RVO beoordeelt of er in de periode 31 mei tot en met 31 augustus 80% zichtbare bedekking is van het gewas op het perceel en daarnaast of de braakperiode in acht wordt genomen. Dat doet zij door te kijken of het gewas uit gewassenlijst groene braak er aaneengesloten staat vanaf het moment van inzaaien. Op het moment dat in de periode van 9 maanden tweemaal een inzaaimoment wordt gedetecteerd, ziet RVO dat als een onderbreking van de aaneengesloten periode. Het gewas hoeft dus niet aan de start van de periode van 9 maanden ingezaaid te zijn, maar moet tijdig zijn ingezaaid om vanaf 31 mei een 80% zichtbare bedekking te hebben. Aan de start van de 9 maanden mag er dus bijvoorbeeld ook nog een vanggewas voor het voorgaande jaar op het perceel staan dat wordt ondergewerkt voorafgaand aan het inzaaien van het gewas voor groene braak. Het vernietigen van het gewas van de lijst &lsquo;groene braak&rsquo; wordt gezien als het einde van de aaneengesloten periode.</p>
]]></content:encoded>
</item>
</channel></rss>